BASISKENNIS

Ontruimingsalarminstallatie type A en B: wat is het verschil?

Een ontruimingsalarminstallatie (OAI) type A waarschuwt met gesproken berichten; type B gebruikt toonsignaalgevers. Welk type nodig is, volgt uit de toepasselijke eisen en ontruimingsuitgangspunten van uw gebouw. EvacSafe helpt die uitgangspunten te beoordelen en naar een ontwerp te vertalen.

Gepubliceerd op · Bijgewerkt op

Wat is een ontruimingsalarminstallatie type A?

Een ontruimingsinstallatie type A verspreidt gesproken ontruimingsberichten via luidsprekers. De boodschap geeft aanwezigen instructies bij een calamiteit. Bij het ontwerp beoordeelt u de benodigde ruimten, alarmzones, bediening en koppeling met de brandmeldinstallatie. Een gewone omroepinstallatie is niet vanzelf een geschikte OAI.

Wat is het verschil met ontruimingsalarm type B?

Een ontruimingsalarminstallatie type B waarschuwt met een ontruimingssignaal via toonsignaalgevers. Type A voegt gesproken informatie toe. Beide vragen een ontwerp dat aansluit op het gebouw en de vastgelegde ontruimingsuitgangspunten; het verschil is dus meer dan de keuze tussen sirenes en luidsprekers.

Wanneer is een ontruimingsalarminstallatie type A nodig?

Maak de keuze op basis van de toepasselijke eisen en de vastgelegde ontruimingsuitgangspunten. Gebouwgebruik, aanwezige personen, omvang en organisatie zijn daarbij relevante onderwerpen om te beoordelen. Alleen het aantal vierkante meters of een voorkeur voor luidsprekers geeft geen volledige onderbouwing.

Wat vraagt type A aan projectering en spraakverstaanbaarheid?

Breng de ruimten en alarmzones in beeld en werk de plaatsing van luidsprekers, bediening en stuurfuncties samen uit. NEN 2575-2 behandelt type A in combinatie met het algemene deel NEN 2575-1. Het PvE en de toepasselijke editie bepalen de verdere ontwerpuitgangspunten.

Een luide boodschap is niet automatisch verstaanbaar. Achtergrondgeluid, akoestiek en de signaalweg spelen mee. Met een STIPA-meting onderzoekt u de spraakoverdracht op afgesproken locaties; leg de meetomstandigheden en beoordelingscriteria vooraf vast. EvacSafe ondersteunt bij projectering en spraakverstaanbaarheidsmetingen.

Welke informatie is nodig voor de keuze?

Beschrijf wie in het gebouw aanwezig zijn, hoe zij gewaarschuwd worden en hoe de ontruiming is georganiseerd. Voeg de gebruiksfunctie, actuele indeling en bestaande brandveiligheidsdocumenten toe. Leg ook vast of de vraag over een nieuwe installatie, een verbouwing of een bestaande installatie gaat. Een antwoord voor het ene gebouw is niet zonder meer bruikbaar voor een ander gebouw.

Vergelijk daarna het PvE, de zone-indeling en de beschreven bediening. Maak duidelijk of de gebruiker het hele gebouw wil ontruimen of met onderscheiden delen werkt en waarop die keuze is gebaseerd. Dit artikel geeft geen algemene toestemming voor een bepaalde ontruimingsstrategie; die moet uit het toepasselijke kader en de vastgelegde uitgangspunten volgen.

Welke normdelen horen daarbij?

NEN 2575-1 is het algemene deel. NEN 2575-2 behandelt luidalarm type A en NEN 2575-3 luidalarm type B. Beoordeel een keuze in de combinatie van de relevante delen en de voor het project geldende editie. Voor beheer en onderhoud is daarnaast NEN 2654-2 een relevant onderwerp om in het dossier te betrekken.

Valkuilen bij uitbreiding of vervanging

Een vervanging van apparatuur is niet hetzelfde als een wijziging van de ontruimingsuitgangspunten. Controleer wat gelijk blijft en wat werkelijk verandert. Vermijd ook de conclusie dat een type A-installatie voldoet omdat de gesproken boodschap ergens hoorbaar is: verstaanbaarheid en de dekking van de afgesproken ruimten moeten afzonderlijk worden beoordeeld. Noteer de open vragen voordat een installatie wordt aangepast of besteld.